Voorwoord
De Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen (Wmcz) regelt de medezeggenschap van cliënten in het beleid van de instelling waarvan zij zorg of diensten ontvangen. Die medezeggenschap wordt uitgeoefend door de cliëntenraad van de instelling.
De Wmcz - die op 1 juni 1996 in werking is getreden - geeft de zorg- en welzijnsorganisatie de opdracht om een cliëntenraad in te stellen voor iedere instelling die zij in stand houdt. In de Wmcz is geregeld welke bevoegdheden een cliëntenraad heeft. Andere onderwerpen zoals de samenstelling van de cliëntenraad, het overleg met de welzijnsorganisatie, de eventuele vorming van een centrale cliëntenraad en het instellen van een commissie van vertrouwenslieden worden in de Wmcz niet of slechts globaal geregeld. Het is aan de welzijnsorganisatie en cliëntenraad om deze onderwerpen nader uit te werken.
De Landelijke Organisatie Cliëntenraden (LOC) en de MOgroep – brancheorganisatie voor welzijn en maatschappelijke dienstverlening – bieden met dit model- instellingsbesluit een handvat aan, waarmee welzijnsorganisaties en cliëntenraden de medezeggenschap van cliënten díe vorm kunnen geven die het beste aansluit bij de eigen situatie. In het model is per onderdeel aangegeven wat minimaal geregeld moet zijn om te voldoen aan de Wmcz. In de Wmcz staan veel ‘open normen’ die per organisatie geconcretiseerd moeten worden. Een voorbeeld daarvan is de norm dat de cliëntenraad ‘representatief’ moet zijn voor de cliënten van de organisatie. Directie en cliëntenraad zullen met elkaar moeten bepalen hoe ze aan deze norm vorm geven.
De welzijnsorganisatie hoort onder andere te regelen hoe de cliëntenraad wordt samengesteld en hoe de leden worden benoemd. De regels moeten zodanig zijn dat de cliëntenraad die op basis daarvan tot stand komt, representatief is voor de cliënten en in staat kan worden geacht zijn werk te doen. Deze regels vormen samen het besluit tot instelling van de cliëntenraad .
Onderstaand instellingsbesluit is gebaseerd op de modelovereenkomst van de Landelijke Organisatie Cliëntenraden
Paragraaf 1 ‘Begripsbepalingen’
In dit besluit wordt verstaan onder:
1. KEaRN: een geheel van drie stichtingen te weten Stichting KEaRN Beheer, Stichting KEaRN Welzijn en Stichting KEaRN Klein.
2. KEaRN Beheer: organisatie voor het beheer en bestuur van de KEaRN Welzijn en KEaRN Klein.
3. KEaRN Klein: het aanbod van peuterspeelzalen gericht op het versterken van de sociaal emotionele ontwikkeling van peuters.
4. KEaRN Welzijn:organisatie voor het bevorderen en aanbieden van welzijnsdiensten in haar gebied.
5. Instelling of werksoort: Brede welzijnswerkorganisatie die alle facetten van het welzijnswerk bevordert in haar gebied.
6. Cliënten: De natuurlijke personen voor wie KEaRN werkzaam is.
7. Cliëntenraad: De op basis van het instellingsbesluit van KEaRN ingestelde cliëntenraad ingevolge de WMCZ
8. Commissie van vertrouwenslieden: De Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden die belast is met bemiddeling bij en de behandeling van meningsverschillen tussen welzijnsorganisatie en de cliëntenraad.
9. Doelgroep: De cliënten van het werkgebied van KEaRN.
Paragraaf 2 ‘Algemene bepalingen’
Artikel 2
De cliëntenraad heeft tot taak om, binnen het kader van de doelstellingen van KEaRN, in het bijzonder de gemeenschappelijke belangen van cliënten te behartigen.
Toelichting
In artikel 2 wordt de taak van de cliëntenraad omschreven. Deze taakomschrijving is overgenomen uit de Wmcz. De cliëntenraad moet vooral de gemeenschappelijke belangen van de cliënten behartigen. Dat betekent dat de cliëntenraad zich niet richt op de belangen van een individuele cliënt.
Artikel 3
1. De cliëntenraad bestaat uit tenminste 5 en ten hoogste 7 leden.
2. De leden van de cliëntenraad worden benoemd door Stichting KEaRN Beheer op voordracht van de cliëntenraad.
3. Voor de cliëntenraad in oprichting benoemt Stichting KEaRN Beheer de leden van de cliëntenraad. Hieraan vooraf plaatst hij een oproep voor kandidaten voor de cliëntenraad op de eigen website en in de lokale media.
4. Stichting KEaRN Beheer selecteert, in samenwerking met KEaRN Welzijn en KEaRN Klein, kandidaten op basis van een profielschets voor leden van de cliëntenraad.
5. De cliënten zijn ten behoeve van de benoeming van de leden van de cliëntenraad, ingedeeld volgens de volgende doelgroepen: A: Doelgroep Welzijnswerk ( KEaRN Welzijn) B. Doelgroep Peuterspeelzalen( KEaRN Klein)
6. Door en uit de cliënten behorend tot doelgroep A worden 3 leden van de cliëntenraad benoemd. Door de cliënten behorend uit doelgroep B worden 3 leden van de cliëntenraad benoemd. Er wordt een onafhankelijke voorzitter benoemd.
7. Personen die een dienstverband hebben met KEaRN of dat minder dan een jaar geleden hebben gehad, alsmede personen die gehuwd zijn of een duurzame relatie onderhouden met een leidinggevende van KEaRN kunnen geen lid zijn van de cliëntenraad.
8. Personen die in dienst zijn van de gemeente die KEaRN financiert kunnen geen lid zijn van de cliëntenraad.
Artikel 4
De leden van de cliëntenraad worden benoemd voor drie jaar; zij zijn terstond hernoembaar. De leden kunnen maximaal één keer hernoemd worden.
Paragraaf 3 ‘Einde lidmaatschap’
Artikel 5
Het lidmaatschap van de cliëntenraad eindigt:
a. Door verloop van de zittingsduur.
b. Door overlijden.
c. Door een besluit het lidmaatschap op te zeggen. Hierbij geldt een opzegtermijn van een maand.
d. Wanneer de cliëntenraad, overeenkomstig de regeling die hij daarvoor reglementair getroffen heeft, besluit dat voortzetting van het lidmaatschap redelijkerwijs niet van de cliëntenraad gevergd kan worden.
e. Bij een tussentijdse vacature van een lid van de cliëntenraad benoemt Stichting KEaRN Beheer een nieuw lid van de cliëntenraad op voordracht van de cliëntenraad.
f. Degene die optreedt ter invulling van een tussentijdse vacature treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij trad, zou zijn afgetreden.
Paragraaf 4 ‘Voorwaarden voor medezeggenschap’
Artikel 6
KEaRN draagt er zorg voor dat de leden en de gewezen leden van een cliëntenraad, niet uit hoofde van hun lidmaatschap van de cliëntenraad worden benadeeld in hun positie in de organisatie.
Artikel 7
1. De kosten die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak van de cliëntenraad, komen ten laste van KEaRN.
2. De kosten van het voeren van rechtsgedingen in het kader van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen, komen slechts ten laste van KEaRN indien deze van te voren van de te maken kosten schriftelijk op de hoogte is gesteld en daarmee heeft ingestemd.
3. Onverminderd het bepaalde in lid 1 en lid 2 kan KEaRN, in overeenstemming met de cliëntenraad, de kosten die de cliëntenraad in enig jaar zal maken, vaststellen op een bepaald bedrag dat de cliëntenraad naar eigen inzicht kan besteden. Kosten waardoor het hier bedoelde bedrag zou worden overschreden, komen slechts ten laste van KEaRN voor zover hij in het dragen daarvan toestemt.
Artikel 8
1. KEaRN staat de cliëntenraad het gebruik toe van de voorzieningen waarover hij kan beschikken en die de cliëntenraad voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft.
2. Onverminderd het bepaalde in lid 1 kan KEaRN jaarlijks, in overeenstemming met de cliëntenraad, een nadere regeling vaststellen waarin wordt beschreven welke voorzieningen de cliëntenraad ten dienste staan; de mate waarin daarvan gebruik wordt gemaakt en al het overige wat in dit kader relevant wordt geacht.
3. KEaRN biedt bestuurlijke en secretariële ondersteuning van de Cliëntenraad.
Artikel 9
Bij verschil van mening tussen KEaRN en de cliëntenraad over de uitvoering van de artikelen 7 en 8 kan de cliëntenraad de commissie van vertrouwenslieden vragen om te bemiddelen. Wanneer de bemiddeling van deze commissie niet tot overeenstemming leidt, kan de cliëntenraad zich tot de kantonrechter wenden.
Paragraaf 5 ‘Overgangs- en slotbepalingen’
Artikel 10
1. In gevallen waarin dit besluit niet voorziet beslist KEaRN .
2. Dit besluit kan worden gewijzigd door Stichting KEaRN Beheer. Stichting KEaRN Beheer wijzigt dit besluit niet voordat de cliëntenraad hierover positief advies heeft uitgebracht dan wel, wanneer dit advies negatief is, de commissie van vertrouwenslieden heeft vastgesteld dat Stichting KEaRN Beheer bij afweging van betrokken belangen in redelijkheid tot wijziging van het beoogde besluit kan komen.
3. Dit besluit treedt in werking op 3 oktober 2011
Vastgesteld door de Raad van Bestuur tijdens zijn vergadering van 3 oktober 2011 te Burgum.
Stichting KEaRN Beheer
Bijlagen: Plan van aanpak